Er was is een man uit assen,
die stond is de bosje te plassen
toen kwam er een spin,
die beet er toen in
had hij maar op moeten passen
Een truck in de buurt van Loosdrecht
Kwam met een plons in het kroost terecht
Men redde één vent,
die heette Van Gend
Vandaar dat men nu nog naar Loos dregt.
Een lerares Nederlans uit Epe,
Die had het niet goed begrepen.
Dus sprak zij na de daad,
Met haar mond vol zaad,
Heb ik nu gepijpt of gepepen?
Er was eens een vrouw uit Abcoude,
Die graag op wat kattenvoer kauwde.
Maar o wat een lol,
Na 6 blikken vol,
Ze praatte niet meer, maar miauwde!
De vrouw van de Deken uit Aken,
Lag in bed zachte kreetjes te slaken.
Ze riep: Oh, Oh, Oh,
Wat kriebelt het zo,
Met een deken in bed zonder laken!
Er was eens een man in Maarheze,
Die kon goed schaamlippen lezen.
Wat smiespel je nou,
Sprak hij tot zijn vrouw,
Het zal wel een kutsmoesje wezen.
Er was eens een man van Terschelling,
Die reed met zijn fiets van ene helling.
De ketting die brak,
Z'n hoofd in de kak,
Z'n zak in de vierde versnelling.
Er was eens een man in Cairo,
Die stuurde zijn sperma per giro.
Zijn vrouw in Milaan,
Die vond er niets aan.
En zei: "Kom jij maar lekker hiero". |